Connectiestring SMTP

Hieronder ziet u een voorbeeld van het venster waarin u een connectiestring voor een SMTP-server kunt samenstellen.


Parameters

Hieronder worden nu de mogelijke parameters beschreven.

Naam of IP adres van SMTP server

Voer hier de naam of het IP-adres in van de SMTP-server.

Poort nummer

Hier geeft u het IP poortnummer op welke gebruik moet worden voor de communicatie met de SMTP-server.


Standaard wordt hiervoor meestal poortnummer 25 gebruikt. Indien het dataverkeer versleuteld wordt (beveiligd), dan worden meestal andere poortnummers gebruikt, zoals 465 of 587.

Beveiliging data verkeer

Indien u een beveiligde verbinding met de SMTP-server wilt opzetten, of de server dit vereist, dan kunt u hier aangeven welk type beveiliging er gebruikt wordt. U heeft hierbij de volgende mogelijkheden:


  • Onbeveiligd
    Het data verkeer met de SMTP-server is niet versleuteld. Meestal wordt hierbij dan poort nummer 25 gebruikt.
  • Implicit (TLS/SSL verplicht)
    Het dataverkeer met de SMTP-server wordt altijd versleuteld. Implicit wil zeggen dat als de client (= BPM Server) een beveiligde verbinding wil opzetten dat dit dan ook daadwerkelijk moet gebeuren en een onbeveiligde verbinding geen alternatief mag zijn. Dit type beveiliging wordt door de meeste SMTP-servers gebruikt. In dat geval is het gebruikte poort nummer meestal 465.
  • Explicit (TLS/SSL verplicht)
    Het dataverkeer met de SMTP-server wordt indien mogelijk versleuteld. Explicit wil zeggen dat de client (= BPM Server) aan de SMTP-server verzoekt een beveiligde verbinding op te zetten. Indien de SMTP-server dit, om wat voor reden dan ook, niet ondersteunt, zal er in plaats daarvan een onbeveiligde verbinding worden opgezet. Bij explicit is er dus geen garantie op een beveiligde verbinding. Bij een explicit verbinding wordt meestal poort nummer 587 gebruikt.

Gebruikersnaam/Wachtwoord

Via deze twee parameters kunt u de gebruikersnaam en wachtwoord, voor toegang tot de SMTP-server, opgeven.

Test connectie

Via deze knop kunt u testen of met de opgegeven parameters een connectie met de SMTP-server kan worden gemaakt.


NB: Indien u in de parameters BPM Server velden heeft opgenomen, zal eerst het venster Invoer veld waarden worden getoond waarin u de, voor deze test te gebruiken, testwaarden kunt invoeren.